75 jaar Theo Duivenvoorde – een leven met St. Jeanne d’Arc
Wie de geschiedenis van Muziekvereniging St. Jeanne d’Arc wil begrijpen, hoeft eigenlijk maar één ding te doen: luisteren naar Theo Duivenvoorde. Al 75 jaar is hij lid van de vereniging. In die jaren maakte hij niet alleen de ontwikkeling van dichtbij mee, hij hielp haar ook vormen.

De eerste jaren: begin jaren ’50
Theo’s verhaal begint begin jaren ’50. Als jongen van een jaar of 13 of 14 komt hij in aanraking met de vereniging.
“Op een fancy fair stond een tentje: ‘word lid of donateur’. Daar ben ik lid geworden.”
In eerste instantie speelt hij nog geen instrument. Maar al snel komen er instrumenten en wordt hij muzikant.
Het is de tijd van eenvoudige middelen en veel saamhorigheid. Repetities vinden plaats in een eenvoudige ruimte, waar iedereen elkaar kent en waar muziek maken vooral ook samen zijn betekent.

Contributie op de bok
De manier waarop de vereniging georganiseerd is, zegt veel over die tijd. “Tijdens de repetitie zat de penningmeester op een bok. Daar betaalde je je contributie, gewoon per week.” Voor de repetitie werd er afgerekend, vaak met wat losse munten. Even een praatje, even lachen – en daarna samen muziek maken. Alles was dichtbij en overzichtelijk.

Muziek als middelpunt van het dorp
In de jaren ’50 en ’60 speelt de vereniging een grote rol in het dorpsleven. Muziek klinkt bij jubilea, optochten en feestelijkheden.
“Als mensen zoveel jaar getrouwd waren, gingen we gewoon de straat op,” vertelt Theo.
Het waren momenten waarop het hele dorp betrokken was. Mensen kwamen naar buiten, bleven staan luisteren en maakten een praatje. Muziek hoorde er gewoon bij.
Theo zelf was er altijd bij. “Ik sloeg misschien twee of drie repetities per jaar over.”
De rest van de tijd stond in het teken van de vereniging.

De jaren ’60 en ’70: donateurs en verhalen
Vanaf begin jaren ’60 gaat Theo langs de deuren om donateurs te werven. Een taak die hij jarenlang met grote inzet vervult. Hij kent de straten, de mensen en vaak zelfs de verhalen achter de voordeur.
Dat levert ook de nodige anekdotes op.
“Dan stond ik te bellen en deed iemand niet open, maar ik zag wel zijn voeten bewegen achter het gordijn.”
Nog een keer bellen hoorde erbij – en vaak ging de deur dan alsnog open.
En soms kwam die deur juist op een verrassend moment open.
“Dan kwam er nog wel eens iemand in een nachtjaponnetje naar de deur,” vertelt Theo met een glimlach. “Ja, dan stond je daar even te kijken… maar goed, je kwam voor de donateurs.”
Het typeert de tijd: mensen kenden elkaar, het contact was direct en vaak ook gewoon gezellig.
Theo ging door, huis na huis, straat na straat. In september begon hij en vóór Sinterklaas wilde hij klaar zijn. Soms nam hij iemand mee, soms ging hij alleen. Maar altijd met hetzelfde doel: de vereniging vooruithelpen.
Zijn inzet loonde. Het aantal donateurs groeide sterk en vormde jarenlang een belangrijke basis onder de vereniging.

Bestuur en betrokkenheid
In 1961 wordt Theo gevraagd om mee te helpen bij een jubileumcommissie. Niet lang daarna komt hij in het bestuur terecht. Hij zet zich in op allerlei vlakken: organisatie, acties en contacten met leden en donateurs.
Bij het 50-jarig bestaan in 1971 is hij opnieuw actief betrokken. Het zijn jaren waarin de vereniging groeit en bloeit, mede dankzij de inzet van vrijwilligers zoals Theo.
In 1975 wordt hij benoemd tot erelid – een erkenning voor alles wat hij al heeft betekend.
In datzelfde jaar wordt hij door toenmalig voorzitter J.P. van Leeuwen benoemd tot ambassadeur van de vereniging, een rol die zijn betrokkenheid nog eens onderstreept.

Erkenning en inzet
Ook buiten de vereniging blijft Theo actief. Zijn inzet blijft niet onopgemerkt.
In 1984 doet hij mee aan een VIP-koers op de fiets, een wedstrijd voor betrokken verenigingsmensen uit de regio. Tot zijn eigen verrassing – en trots – eindigt hij als eerste.
In 1988 ontvangt hij een onderscheiding vanuit de bond, onder andere vanwege zijn succes met het werven van donateurs.
In 1991 volgt een bijzondere erkenning: een koninklijke onderscheiding, uitgereikt door burgemeester Van der Winkel, voor zijn jarenlange verdiensten voor Muziekvereniging St. Jeanne d’Arc en zijn inzet voor de gemeenschap.
Zelf blijft hij er nuchter onder. Voor hem is het vanzelfsprekend: je doet wat nodig is.

De geschiedenis in boeken
Misschien wel het meest bijzondere wat Theo heeft gedaan, is het vastleggen van de geschiedenis van de vereniging. Jarenlang verzamelt hij foto’s, krantenknipsels, programma’s en namen. Alles krijgt een plek in zorgvuldig bijgehouden boeken.
“Ik heb alles bijgehouden,” zegt hij.
Bladzijde na bladzijde ontstaat zo een compleet beeld van de vereniging door de jaren heen: van optredens tot jubilea en van ledenlijsten tot bijzondere momenten.
Tijdens het 100-jarig bestaan van de vereniging in 2020 worden deze boeken tentoongesteld, zodat leden en bezoekers zelf door de rijke geschiedenis van St. Jeanne d’Arc kunnen bladeren.
Enkele jaren geleden schenkt Theo deze boeken definitief aan de vereniging. Daarmee blijft de geschiedenis niet alleen bewaard, maar ook toegankelijk voor volgende generaties.

Van vader op zoon
De liefde voor de vereniging wordt doorgegeven. Zoon Piet groeit op tussen de repetities en optredens.
“Ik ging als kind al mee,” vertelt hij.
Hij begint op trompet, speelt later althoorn en uiteindelijk trombone. Jarenlang staat hij samen met zijn vader in het orkest.
“Dat was gewoon leuk,” zegt Piet. “Samen spelen, dat is toch bijzonder.”
Ook Piet draagt zijn steentje bij, onder andere in het bestuur en in commissies. Maar bovenal blijft hij muzikant.
“Donderdagavond samen muziek maken en daarna nog even napraten, dat blijft gewoon mooi.”

Toen en nu
De vereniging verandert met de tijd. “Vroeger kwamen er veel meer mensen naar concerten,” zegt Piet.
Theo herkent dat. “Het was een andere tijd. Mensen hadden minder te kiezen en de vereniging speelde een grotere rol in het dorp.”
Toch blijft de basis hetzelfde: samen muziek maken en samen iets neerzetten.

75 jaar later
Na 75 jaar kijkt Theo terug op een leven vol muziek, mensen en herinneringen.
Van contributie op de bok tot volle zalen, van langs de deuren gaan tot het vastleggen van de geschiedenis – het hoort allemaal bij zijn verhaal.
Maar als hij vooruitkijkt, is zijn wens eenvoudig:
“Ik hoop dat de vereniging blijft bestaan en dat de leden nog vele jaren doorgaan.”
Met zijn inzet, zijn verhalen en zijn boeken heeft hij daar zelf in ieder geval een blijvende bijdrage aan geleverd.